Kasteel Chantemille

Het kasteel van Chantemille in Ahun

Weer een juweeltje van middeleeuwse architectuur in de Creuse. Al van de tiende eeuw stond er een versterking op een hoog rotsplateau aan d oever van de rivier de Creuse. De naam Chantemille is waarschijnlijk afkomstig van Chantemila uit het Occitaans. Dat verwijst naar het nest van een roofvogel en dat weer naar de ligging van het kasteel op een rots. Het kasteel werd vrijwel zeker gebouwd door de familie Boson II, graaf van La Marche, die ook in 997 de abdij van het nabijgelegen Moutier d’Ahun liet bouwen. Dat staat in de kronieken van een monnik Raoul de eerste abt van Saint Martial in Limoges (1012), die verwant was aan de familie van Chantemillan. Pierre Cabal, Abt van Saint Martial in Limoges refereert aan dit geschrift in zijn kroniek van de tweede helft van de dertiende eeuw.

Het kasteel beheerste een oversteekplaats van de rivier van een zeer oude, sommige zeggen voor het Romeinse tijdperk, weg waarover kostbare metalen werden vervoerd. Pierre d’Espagnac, oud pastoor van Saint-Laurent bij Guéret, liet per testament een legaat na waarvan in 1407 een brug werd gebouwd. Oude postkaarten uit het eind van de negentiende eeuw laten nog een of twee bogen van de brug zien. Op de pijlers van die brug is nu het voetpad gelegd.

Omstreeks 1150 wordt een zekere Roger Palestel de Chantamila in een akte van de “cartulaire” (bundel van aktes) van de abdij van Bonlieu (gelegen tussen Peyrat la Nonière en Mainsat) vernoemd, maar niets stelt zeker dat deze familie, die bekend is uit het noorden van La Marche, in Chantemille gewoond heeft

In de dertiende eeuw behoorde het kasteel aan de familie de La Chapelle Taillefer. Door een huwelijk van Marie de La Chapelle Taillefer met Godefroy Le Fort komt het kasteel in handen van de familie Le Fort des Ternes. Bij de dood van Godefroy, worden de bezittingen verdeeld tussen diens drie zoons. De derde zoon, Denis, archiprêtre (eretitel voor een pastoor van een belangrijke parochie) van Lupersat, krijgt het kasteel Chantemille.

Volgens oude aktes bevond het toenmalige kasteel zich achter het huidige gebouw. Het lag op een oude feodale verhoging, omgeven door twee rijen grachten en bevatte minstens een woning in de lage binnenplaats. Er was ook een kapel die was toegewijd aan de heilige Radegonde. Dat lijkt een aanwijzing te meer voor de invloed uit Poitiers van de graven van La Marche. Het was een dependance van de parochie van Moutier d’Ahun en had tussen 1484 en 1622 een eigen pastoor. In 1590 lag de kapel in ruïne, werd in 1618 gerstaut=reerrd en daarna weer kapot gemaakt. In 1927 – 1930 heeft men de ruïnes opgeruimd wat een Gallo Romaans altaar blootlegde die als fundament voor het christelijke altaar heeft gediend. Men noemt het “le cippe de Chantemille” en het is nog steeds te bezichtigen.

Daarna wordt de geschiedenis een beetje vaag, maar in die tijd van de honderdjarige oorlog wisseleden bezittingen veelvuldig van eigenaar. Op 15 maart 1374 komt paus Gregorius XI tussenbeide ten faveure van Guillaume de Besse, erfgenaam van de gronden van Chantemillan. Hij was de zoon van Pierre de Besse, heer van Chantemille, Bellefraye, La Tour Saint Austrille, maar ook van Peyrat en Pontarion.Deze familie was verwant aan de pausen Clément VI en Grégoire XI.

Deze sterft zonder erfgenaam. Zij zuster, Jeanette de Besse erft het kasteel en zij geeft het door aan de de kinderen die zij heeft uit een huwelijk (1380) met Jean de Pierrebuffière. Hun dochter, Jeanne de Pierrebuffière, Vrouwe van Chantemillan, trouwt met Geoffroy du Puy in 1397. Deze had hoge, middel en lage rechtspraak, hem verleend door de koning. Het kasteel blijft 170 jaar en vijf generaties in deze familie. In 1470 wordt het huidige kasteel gebouwd. Daarbij werd een deel van een muur van het oude kasteel als fundament gebruikt. Op 15 januari 1567 geeft Dame Claude du Puy het kasteel ten geschenke aan haar echtgenoot, Louis Chasteigner, heer van Albain, la Roche Posay en Malval. Louis Chasteigner werd gouverneur des konings van La marche in 1591. Hij had Joseph Juste Scaliger bij zich, de beroemde humanist, als gouverneur voor zijn zoon. Tijdens de godsdienstoorlog werd de abdij in 1591 door de Hugenoten (troepen trouw aan de koning) geplunderd, maar de priesters wisten vijf vijf Gallo-Romaanse inscripties (waaaronder de “cippe” hierboven vermeld) aan Scaliger door te geven die ze optekent.
In 1572 laten Louis Chateigner en Claude du Puy een terrier bouwen, een gebouw op een oude verhoging dat “Logis” werd genoemd.

Het ksteel wordt omschreven als gelegen nabij e rivier d creuse, op een kleine verhoging waarop een kapel, een binnenplaats waaromheen verblijven en kamers , met op het westen nog een binnenplaats, tuin en schuur en het hiervoor genoemde logis. Er wordt ook nog vernoemd een watermolen in de Creuse, een gemeenschappelijke oven, een tolrecht bij de brug van Chantemille en Moutier d’Ahun op kooplui die niet uit de streek kwamen; recht op rechtspraak met een galg in Combe Claveau. Deze omschrijving komt overeen met de huidige situatie. Het heerschap Chantemille omvatte de parochies van Ahun, Moutier d’Ahun, Saint Hilare la Plaine, Saint Yriex les Bois, Mazeyrat, Saint Martial le Mont, Lépinas, Saint Sulpice le Donzeil, Saint Laurent, Saint Pardoux les Cards en Cressat

Louis Chasteigner sterft in 1595 en het leengoed wordt in 1610 per opbod verkocht. Het werd gekocht voor 18000 pond door Léonard Mérigot, raadsman van de koning en verkozen tot gouverneur des konings in La Marche. Een andere Mérigot, Mathurin, kasteelheer van Ahun, kocht de gebouwen van het kasteel van Saint Feyre in 1609.
De Mérigots waren een familie uit de middenklasse. In 1586 was Joachim Mérigot koopman in Genouillat. Het kasteel blijft tot de revoluti in handen van de Mérigots. Achtereenvolgens François Mérigot (1720) Markies van Sainte-Feyre en drost van La Marche, Alexandere Philippe François Mérigot (1763), ook drost van la Marche. In 1845 behoorde het kasteel nog steeds toe aan deze familie. Toen liet Jeanne Mérigot van Saint Feyre, weduwe van Marc antoine Augustin de Maulmont Chantemille na aan haar kleinkinderen (Familie van Bony de Lavergne°

Op het einde van de negentiende eeuw was het kasteel in bezit van Defumade, senator van de Creuse.

De plattegrond van het huidige kasteel komt overeen met dat van andere kastelen in La Marche uit die tijd (vijftiende eeuw). Twee ronde torens aan de uiteinde van de achtermuur en een vierkante trappentoren in het midden van de voorgevel. In Chantemille werd de zuid-west vleugel bezet door een ouder en beetje uitspringend deel, een beetje schuinweglopend, om daarna weer opgenomen te worden in de vleugel. Waarschijnlijk is dit een overblijfsel van een oude donjon van en ouder kasteel.

In de binnenplaats is de functie van woonplaats duidelijk te zien. Een balkon dat uitziet op de vallei, grote ramen versierd met dubbele accolades. De buitengevels zijn meer gebouwd met oog voor de veiligheid. Vooral de entree met inrijpoort die is voorzien van een hefbrug met valhek. De schietgaten die horizontaal aflopen zijn uit de zestiende eeuw uit de periode van de godsdienstoorlogen. De schietgaten die verticaal aflopen zijn waarschijnlijk overblijfselen van een ouder kasteel.

In het midden van de zestiende eeuw werd een haakse vleugel toegevoegd die het gebouw verlengd naar het zuiden van de puntgevel van het belangrijkste woongedeelte. Deze vleugel werd voorzien van een derde ronde toren aan de zuidzijde waarin een wenteltrap.

In de zeventiende eeuw werden waarschijnlijk de meeste wijzigingen aan Chantemille aangebracht. Een of twee etages en een “chemin de ronde[1]” werden weggehaald en de torens opnieuw opgebouwd. Misschien op bevel van Richelieu. Bij de opgravingen van de oude grachten aan de noordzijde werden enkele kraagstenen van kantelen opgegraven van de oude “chemin de ronde”. Binnen zie enkele stenen schoorstenen te zien, waarvan een op de zolder een overblijfsel is van de verdwenen verdiepingen. Sommige delen van het dakgebint zijn overduidelijk overblijfselen van een ouder dakgebint.

Gedurende drie jaar zin er werkzaamheden uitgevoerd om het kasteel te behouden en te renoveren. Het kasteel is geclassificeerd als historisch monument. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder toezicht van de hoofd architect voor historische monumenten onder supervisie van de Architecte des Bâtiments de France. Ze bestaan voornamelijk uit versterkingen voor het behoud van het kasteel. Onder meer die van een verdedigingstoren die deels was ingestort. Scheuren zijn gerepareerd en vloeibare kalk geïnjecteerd. In 1999 hebben het in oude staat terugbrengen van de oude grachten aan de noordzijde en het aanbrengen van dwarsbalken en de verticale tussenbalken van de vensters uit de gevel van de vijftiende eeuw, het kasteel een deel van het vroegere aanzien teruggegeven.

Daarna is men begonnen met het herstellen van de ingestorte noordwestelijke toren, het terugbrengen in oude staat van de wenteltrap in de trappentoren uit de zestiende eeuw en het vernieuwen van de dakbedekking van de vierkante toren met kastanje-houten shingles. Ook het interieur wordt verder onder handen genomen

Al diverse jaren wordt het kasteel door vrijwilligers opgekapt. Het kasteel is te bezichtigen.


[1] Een “chemin de ronde” is een uitstekende rondgang met kantelen aan de bovenzijde van de muren van een kasteel. Door gaten in de vloer konden olie en stenen op eventuele aanvallers worden gegooid.